21 januari 2006
Gaming in het onderwijs
Lees voor met webReader
Na de Surf onderwijsdagen en de I&I conferentie komt Marc Prensky straks al voor de derde keer in korte tijd naar Nederland (ICT conferentie Veldhoven) om te vertellen hoe zinvol games zijn in het onderwijs. Wat is er nu eigenlijk nieuw aan die boodschap? Op het plaatje hiernaast zie je de spelletjes die ik in 1981 al speelde en je wilt niet weten wat ik nog aan Commodore-64 games op zolder heb liggen.
Technorati Tags:

Geplaatst door Willem Karssenberg om 14:54 | Permalink |

Blogger Margreet-ICT en Onderwijs reageerde op 21 januari 2006 20:32

@Willem,

Wat is er veranderd? Ik denk dat om te beginnen de games zijn veranderd. Wat Prensky 'predikt' is dat (naast de z.g. minigames') ook de 'echte' games een plaats mogen krijgen in het onderwijs. En dat die games verschillende doelen kunnen doenen: niet alleen drill & practice, maar ook het aanleren van vaardigheden èn het verkrijgen van een (beroeps-)attitude. Wat Prensky daarnaast vertelt is dat jongeren veranderd zijn en dat het onderwijs daarbij moet aansluiten. De jongeren zelf zijn daarbij de aangewezen bron van informatie. En tenslotte vertelt Prensky dat de doelstellingen van het onderwijs (moeten) veranderen. We leiden jongeren niet meer op voor een bestaan in de 20e, maar in de 21e eeuw. En die eeuw stelt andere eisen aan de mensen dan de vorige eeuw. Volgens Prensky moeten we gebruik maken van de middelen van de 21e eeuw, dus niet alleen games, maar ook mobieltjes enz.

Dat is allemaal dus toch wat anders dan de spelletjes van vroeger op de Commodore 64, of het overbekende DOS-helikoptertje ;-) Maar ik ben het wel met je eens dat het spelen van spellen al jaren gebeurt in het onderwijs. Helaas wordt dat meestal beperkt tot het basisonderwijs. En dat is nu iets wat ik betreur: het lijkt wel alsof we er in het onderwijs steeds meer naar streven om lesstof naar voren te halen. Kinderen beginnen al in het kleuteronderwijs met (voorbereidend) lezen, ze krijgen al op de basisschool wiskunde enz. Dat vind ik prima als kinderen daaraan toe zijn. Maar andersom zie ik het zelden gebeuren: waarom kinderen in groep 3 niet nog ook af en toe dingen laten doen uit groep 2, enz. Wat meer speelsheid kan m.i. ook in de hogere klassen (c.q. het VO) zeker geen kwaad!

 
Anonymous Jeroen van Beijnen reageerde op 21 januari 2006 23:24

Ik denk dat de boodschap inderdaad al erg oud is. Toen ik op de basisschool zat speelde wij op de schoolcomputer (één commodore 64) zelfs alleen maar spelletjes (want van het internet had toen nog niemand gehoord).

Helaas merk ik nu dat in de afgelopen 13 jaar de computers en de mogelijkheden hiervan veel verder ontwikkeld zijn, maar de meeste educatieve spellen niet. Natuurlijk hebben tegenwoordig de meeste spellen de mogelijkheid om de vorderingen van leerlingen in een centrale database bij te houden en zijn de afbeeldingen veel mooier geworden, maar het idee is hetzelfde gebleven. Veel spellen zijn nog steeds alleen maar "drill and practice".


"The sky is the limit" mbt de toepassingen van nieuwe technologieën zoals computer games, mobieltjes e.d. maar we halen nog niet het onderste uit de kan, is volgens mij de boodschap van Prensky. En volgens mij heeft hij hier helemaal gelijk in.

Er zit aan deze boodschap volgens mij alleen een heel erg grote maar!
Namelijk de kosten van computerspellen. De ontwikkeling en ondersteuning van hedendaagse computerspellen zijn enorm en ik vrees dat veel scholen hier het geld niet voor (over) zullen hebben.
Deze kosten zullen waarschijnlijk alleen nog maar omhoog gaan omdat er bij de ontwikkeling van nieuwe spellen extra mensen (onderwijskundige en
vakspecialisten) moeten worden ingehuurd.

Ook zal er nog veel tijd moeten worden besteed aan de discussie hoe je computergames zo efficiënt mogelijk kunt inzetten in het onderwijs (wat overigens leuk aan sluit bij een advies van de onderwijsraad over het toepassen van nieuwe methode http://www.kennisnet.nl/nieuwsportal/algemeen/novum_test_onderwijsmethoden_u
itvoerig_voor_gebruik.html ). En als hier een duidelijk antwoord op is om nieuwe leraren (en septischie over het gebruik van computerspellen:
http://geschiedenisleraar.blogspot.com/2006/01/gaming-age-of-empires-joan-of
-arc.html of het toepassen van nieuwe methode met de net-generation als
argument: http://www.edusite.nl/edusite/columns/15577 ) deze methode goed te leren gebruiken.


Hoewel ik zeker denk dat het spelen van computerspellen zeker veel toegevoegde waarde kan hebben in het onderwijs, vrees ik dat het door de bovengenoemde reden nog wel 10 jaar (met uitzondering van een aantal vooruitstrevende leraren die hier zelfstandig mee aan de slag gaan) zal duren voordat het gebruik van computerspellen echt op het niveau is wat Prensky beschrijft.


p.s.: Misschien een boekentip voor mensen die geïnteresseerd zijn in
computerspellen: A Theory of fun, for game design van Ralpk Koster (www.theoryoffun.com). Dit boek is geschreven door een ontwerper van computerspellen die probeert te omschrijven waarom computerspellen leuk zijn. Een van zijn conclusies is dat computerspellen leuk zijn om dat spelers van spellen leren.

 

Een reactie plaatsen

<< Startpagina