27 januari 2006
Digital Parents
Lees voor met webReader
Op de scholenlijst mailinglist waarvan ik moderator ben woedt al meer dan een week een felle discussie over de voors en tegens van het gebruik van MSN door kinderen. Nadat ik heb opgemerkt dat je via MSN nu ook al RSS feeds kunt genereren en versturen reageert een ander als volgt:
Microsoft voelt de hete adem van Google en probeert hen een slag voor te zijn. We zullen naar een andere soort van communicatie gaan, iets waar wij nu iets van merken. Kinderen groeien hier mee op. Wij als 'ouderen' proberen tegen te stribbelen, maar het zal deel worden van ons leven:
Het netwerk omsluit de mens: the wireless human is here.

Daarop komt al snel de volgende reactie:

Beste...
Je hebt gelijk dat kinderen opgroeien in een wereld vol techniek. Maar vergeet niet dat wij als ouderen (alhoewel ik met mijn 25 waarschijnlijk een stuk jonger ben dan de gemiddelde lijster) samen met de techniek opgegroeid zijn. En de kennis die wij hierbij hebben opgebouwd, stelt ons veel beter in staat om met computers om te kunnen gaan dan kinderen.Als oudere heb je namelijk een veel beter inzicht in de werking van de computer. Als je hebt gewerkt met vroege versies van WP, weet je wat het onderwater scherm is. Hierdoor weet je dat een tekst in een tekstverwerkingsprogramma is opgemaakt door middel van codes die door het computerprogramma worden gelezen en omgezet in een mooi opgemaakte brief.Vanaf hier is de stap naar het opmaken van een website in HTML dus al een stuk makkelijker.Natuurlijk kun je er niet omheen dat we tegenwoordig een net-generatie hebben die opgegroeid is met nieuwe technologieën (die door hen niet eens als nieuw of modern wordt gezien) en die daardoor makkelijker met technologieën gaat experimenteren. Maar dit betekent niet dat zij beter met deze technologieën kunnen omgaan dan de ouderen, alleen dat zij er meer mee aanklooien.Daarom vind ik het zo jammer dat het oud zijn vaak als excuus wordt gebruikt om het gebrek aan kennis van- en vaardigheden met nieuwe technologieën te verklaren. Door dit extra te benadrukken, creëer je een self-fulfilling prophecy waarin ouderen bij voorbaat afstand houden als het om nieuwe technologieën gaat.Vergeet dus alle leuke verhaaltjes en anekdotes van de goeroes die zo mooi weten te vertellen hoe goed de nieuwe net generatie is en hoe ver wij als digitale immigranten hierop achterlopen. Bedenk hoeveel je al weet en hoe je nieuwe technologieën en de mogelijkheden hiervan hebt zien groeien. En ga ervan uit dat jij zelf met jouw achtergrond alle nieuwe technologieën dus veel makkelijker aan moet kunnen leren dan je leerlingen.Jullie zijn namelijk geen "digital immigrants" die een inburgeringcursus moeten volgen. Nee, jullie zijn "digital parents" die de technologie zich hebben zien ontwikkelen en die, hoewel ze soms wat moeite hebben om deze "digital pubers" op te voeden, uiteindelijk toch de oude(rwetse) en wijze ouders blijken te zijn!Misschien dat de goeroes deze metafoor maar eens moeten gaan gebruiken i.p.v. die van de digital immigrant. Wie weet kunnen de ruzies over de generatiekloof thuis dan weer over bijv. de muzieksmaak gaan...
Met toestemming van de auteur overgenomen. Hij besluit zijn mooie verhaal met het volgende Post Scriptum:
PS: Zou iemand mij dit mailtje over 30 jaar terug kunnen sturen?
Want ik vraag me wel af hoe ik op mijn 55ste met nieuwe technologieën om ga (of juist niet).
Alle mensen... als ik dan nog leef ben ik 83! Ik durf er niet aan te denken hoe we dán hiertegenaan zullen kijken.
Zie ook: externe link
Geplaatst door Willem Karssenberg om 01:57 | Permalink |

Anonymous Anoniem reageerde op 27 januari 2006 11:10

Met belangstelling heb ik het verhaal gelezen.
In wat zwart-wittermen ook maar even mijn mening.
Ik heb per slot van rekening wat tijd; aan ADV/BAPOdag.

De scheidslijn ligt bij mij in het al dan niet interesse hebben.
Wil je weten hoe het werkt, dan verdiep je je er in.
Zo ontstaan de “nerds” of de “whizzkids”.
En of die nu 55 zijn (zo als ik) of 18: hun interesse bepaalt hoe ver hun kennis van en interesse voor techniek gaat, en hun vasthoudendheid om problemen op te lossen.

Bij “andere” ouderen merk ik vaak de
angst van het onbekende.
Ze weten niet hoe het werkt, zijn bang dat het kapot gaat, of het interesseert hen niet.
De heldere uitleg (en dat is dus niet mijn sterkste punt, omdat ik al zoveel vanzelfsprekend vind) als jij als voorbeeld geeft bij de kopieermachine helpt dan best wel.

Bij jongeren, kinderen, merk ik dat de technische apparaten voor hen normale hulpmiddelen, gebruiksvoorwerpen zijn.
En die doen het, of die doen het niet.
Als ze het doen, worden ze volop gebruikt.
Doen ze het niet, dan worden ze weggelegd, vervangen of weggegooid.
Nieuwe hulpmiddelen, gebruiksvoorwerpen, komen op als de zon.
Zien kids het nut er van in, dan is de verspreiding razendsnel.
Is het een leuk speeltje, maar hebben ze er niets aan: jammer maar helaas.
Dat is dus hun voordeel: geboren zijn in de “eeuw” van de techniek.
En over 30 jaar zullen zij tegenover hun kinderen hetzelfde staan als ouders van nu tegenover hen.

En nu de link naar onderwijs.
Onderwijs vind ik traditioneel ingesteld.
Veelal wordt nog gewerkt met dezelfde werkvormen als 30, 40, 50 jaar geleden.
Veelal krijgen kinderen nog de kennis aangeboden die wij, met onze opleiding vroeger, belangrijk vinden.
Dat gebeurt veelal ook nog op de manier zoals wij vroeger geleerd hebben: je “draagt” (jouw) kennis over, vaak nog in een klassikaal-frontale setting.
Terwijl je eigenlijk de kinderen op de toekomst moet voorbereiden met de hulpmiddelen van de toekomst en de kennis van de toekomst, minstens de kennis van nu.
Wij kunnen daarbij aangeven wat naar ons idee belangrijk is om te weten
Wat in die kennis uiteindelijk belangrijk is, zouden kinderen vanuit hun natuurlijke nieuwsgierigheid zelf moeten kunnen bepalen.
Al dat mooie wat ICT biedt aan onderwijshulp- en leermiddelen – de materialen van de toekomst - kan helpen om kinderen kennis die hen interesseert te verzamelen en te presenteren.
Daar hebben ze dan wel een leerkracht voor nodig die dat onderwijskundig kan managen.
Ik heb collega’s met beperkte technische hulpmiddelen fantastisch onderwijs van de toekomst zien geven.
Ik heb collega’s met geweldige voorzieningen bijzonder traditioneel onderwijs zien geven.
Begin deze maand heb ik in Londen een “klas van de toekomst gezien”, vol met tablets. Het onderwijskundig concept echter was wat mij betreft van het jaar prik; ondanks alle technische apparatuur was de klas voor mij een klas van het verleden.
Stel je eens voor dat een leerkracht te bedienen was met een afstandsbediening; hoeveel kinderen zouden in de loop van het verhaal niet wegzappen?
Kortom: leeftijd doet wat mij betreft niet zo ter zake.
Ben je “jong” en flexibel genoeg om de uitdagingen met het materiaal van de toekomst aan te gaan, en heb je lef om met inbreng van ICT je onderwijs anders te kleuren, dat is mijn criterium?
Eigenlijk kan niemand het excuus van techniek gebruiken om ICT buiten het onderwijs te houden.
Dat is namelijk geen issue: de techniek doet het, of niet. Hoe die het doet, is voor je onderwijs verder niet belangrijk.
Wat die techniek doet, oplevert, dat is veel interessanter.
En dat gaat over datgene waar leerkrachten per definitie verstand van moeten hebben: over hun eigen vak, over onderwijs.
Ben je bereid dat anders te kleuren, of ben je dat niet.
En naar mijn ervaring heeft dat niets met leeftijd te maken.

Begin januari naar de Bett geweest.
Het valt dan inderdaad wel op dat we met veel ouderen zijn.
Waar dat dan weer door komt: een discussie op zich!

Groet,

Wim van der Steen,
ict@jozefschool-schiedam.nl

 
Anonymous Wim van der Steen reageerde op 27 januari 2006 11:13

Mijn reactie is natuurlijk niet anoniem.
Alleen vergeten de naam in te vullen.
Bij deze dus.

 

Een reactie plaatsen

<< Startpagina